01:44
03-11-2017

Zonwering in de Belgische kuststrook in vroeger tijd: de verstedelijkte kust

Marketingmanager Marc Kino van Brustor is Belg, maar in de weekenden vertoeft hij zoveel mogelijk aan de Zeeuwse kust. Hij is een liefhebber van de natuur, de duinen en de zee. Hij houdt van een natuurlijke kust. Vandaar zijn vlucht naar Nederland, want in België ziet de kuststrook er al vele jaren heel anders uit… 

Het natuurlijke dat Marc Kino aan de Zeeuwse kust waardeert, is aan de Belgische kust nauwelijks nog te vinden. De Belgische kuststrook kenmerkt zich door een welhaast onafgebroken aaneenschakeling van hotels en appartementsgebouwen. Hoe twee landen die zoveel verwantschap hebben toch zo verschillend kunnen zijn. Hoewel, demissionair minister van verkeer Melanie Schultz van Haegen heeft er blijk van gegeven voor de Nederlandse kust een ‘Belgisch scenario’ voor ogen te hebben.

De sterke verstedelijking van de Belgische kust is in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw ontstaan. Toen is vrijwel de hele kuststrook volgebouwd met appartementsgebouwen die thans het beeld bepalen. Door de dichte bebouwing is logischerwijze veel natuur, waaronder duingebieden, verloren gegaan.


Het zijn niet alleen uitvalschermen. Markiezen bij Hotel Splendid in De Panne.

De Belgische Noordzeekust is slechts 67 kilometer lang, maar telt desondanks een flink aantal badplaatsen. Geen verrassing natuurlijk, gezien de bouwwoede van de Belgen. Knokke bijvoorbeeld. Hier stond in het begin van de vorige eeuw de adellijke familie Lippens aan de basis van de uitbouw van het toerisme, waardoor de bevolking van de kustplaats aanzienlijk groeide. Hun familieonderneming ‘Compagnie du Zoute’, eigenaar van een aanzienlijk gedeelte van de gronden in Het Zoute, zorgde onder leiding van Léon Lippens (van 1947 tot 1966 burgemeester van Knokke) voor stadsuitbreiding.

Koningin der Badsteden
Het verder naar het zuiden gelegen Oostende kreeg in het begin van de twintigste eeuw, mede door de inspanningen van de mondaine Belgische koning Leopold II, een sterke impuls. De stad groeide uit tot een belle-époque badplaats van wereldfaam met als bijnaam ‘Koningin der Badsteden’. Het Kursaal Oostende – in Nederland spreekt men van een kurhaus – het nieuwe theater uit 1905, het Koninklijk Paleis, de Koninklijke Gaanderijen, de Promenade, de Kiosk, het Stadstheater, het Leopoldpark, de Wellingtonrenbaan en de Stadsbibliotheek versterkten het bourgeois karakter van Oostende.


De boulevard van Nieuwpoort-Bad. 

Behalve Knokke en Oostende zijn daar ook nog Blankenberge, De Haan, Koksijde, De Panne… Wat bij al deze plaatsen opvalt, is niet alleen de dichte bebouwing aan de kust, maar ook het directe contact met de zee omdat hotels en appartementsgebouwen direct aan de boulevard grenzen. Die heet meestal – het zal geen verassing zijn – De Zeedijk of La Digue. De oorspronkelijke, natuurlijke zeewering is immers meestal aan het bouwgeweld ten prooi gevallen.

Wat verder opvalt, is dat al vanaf het begin van de vorige eeuw veel zonwering wordt gebruikt. Grote zonneschermen die de vele terrassen aan de Belgische boulevards beschaduwen, maar ook buitenjaloezieën, markiezen en andersoortige zonweringen. Een kleine greep uit het omvangrijke aanbod.


De Zeedijk in De Panne in 1939. De verticale doekzonwering is een perfecte ondergrond voor reclame.


De Zeedijk in Knokke.


De Lippenslaan, genoemd naar de grondleggers van Knokke als badplaats. 


De Zeedijk in Blankenberge.


De Zeedijk in Oostende.

Tekst: Thijs Pubben
Uitgelichte foto boven: 
De Zeedijk in Oostende.

Z&R Online partners

Verano